ECLI:NL:RBROT:2008:BD7171

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
25 juni 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
287970 / HA ZA 07-1750
Instantie
Rechtbank Rotterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 843a lid 1 RvArt. 162 RvArt. 22 RvArt. 85 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Proceskostenveroordeling in exhibitie-incident ex artikel 843a Rv

In deze civiele procedure bij de rechtbank Rotterdam staat een incident op grond van artikel 843a Rv centraal, waarbij MIO een exhibitievordering had ingesteld tegen de curator van het faillissement van Future Green Office Products Holding B.V. In een eerder tussenvonnis werd de incidentele vordering grotendeels toegewezen, waarna de curator zich onttrok aan het verweer.

De rechtbank beoordeelde de proceskostenveroordeling, waarbij werd vastgesteld dat de curator niet had weersproken dat zij aan de vordering had voldaan door de gevorderde bescheiden te verstrekken. De curator zag af van verweer tegen de incidentele vordering, wat leidde tot de conclusie dat zij proceskosten verschuldigd is.

Op grond van artikel 843a lid 1 Rv werd de curator veroordeeld tot betaling van €100 aan kosten voor het verschaffen van inzage. Daarnaast werd de curator veroordeeld tot betaling van €1.900 aan procureurssalaris aan MIO. De proceskostenveroordeling werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard. De hoofdzaak werd verwezen naar een latere rolzitting voor verdere behandeling.

Uitkomst: De curator wordt veroordeeld tot betaling van €1.900 aan proceskosten aan MIO en de incidentele vordering wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 287970 / HA ZA 07-1750
Uitspraak: 25 juni 2008 (bij vervroeging)
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
Mr. Maria Josepha COOLS q.q., handelend in haar hoedanigheid van curator in het faillissement van de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid FUTURE GREEN OFFICE PRODUCTS HOLDING B.V., gevestigd te Mijdrecht,
kantoorhoudend te Utrecht,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident ex artt. 843a, 162, 22 en 85 Rv,
procureur mr. J. W. Bitter,
advocaat mr. C.A. Schreuder te Utrecht,
- tegen -
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid MEESPIERSON INFORMAL OPPORTUNITY FUND B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseressen in het incident ex artt. 843a, 162, 22 en 85 Rv,
procureur mr. P.H.Ch.M. van Swaaij,
advocaat mr. F. Kemp te Amsterdam.
Partijen blijven hierna aangeduid als “de curator” respectievelijk "MIO".
1 Het procesverloop
1.1
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- tussenvonnis d.d. 19 maart 2008, alsmede de daaraan ten grondslag liggende processtukken;
- akte na tussenvonnis aan de zijde van MIO;
- akte na tussenvonnis aan de zijde van de curator.
2 De verdere beoordeling van het geschil in het incident ex artt. 843a, 162, 22 en 85 Rv
2.1
In voormeld tussenvonnis van 19 maart 2008 is de zaak naar de rol verwezen voor uitlating bij akte door MIO over de vraag of de curator met de stukken die zij door middel van producties 6-10 bij haar incidentele conclusie na tussenvonnis van 27 februari 2008 in het geding heeft gebracht heeft voldaan aan de incidentele vordering van MIO.
2.2
MIO heeft vervolgens bij akte aangegeven dat de curator heeft voldaan aan de incidentele vordering, hetgeen door de curator - vanzelfsprekend - niet is weersproken. Daarmee ligt de incidentele vordering voor afwijzing gereed.
2.3
Niettegenstaande het bovenstaande is het debat tussen partijen over de toe te wijzen (proces)kosten in dit incident nog niet gesloten.
2.4
Artikel 843a lid 1 Rv bepaalt dat verstrekking van bescheiden geschiedt op kosten van de verzoeker. De rechtbank kent de curator op grond van deze bepaling ex aequo et bono een bedrag van € 100,-- (zegge: honderd euro) toe.
2.5
De curator heeft uiteindelijk afgezien van het voeren van verweer tegen de incidentele vordering van MIO - op welke punten verweer kan worden gevoerd is (onder andere) geregeld in artikel 843a Rv - en is overgegaan tot het verstrekken van de door MIO gevorderde bescheiden. Kennelijk is de curator tot de conclusie gekomen dat het voeren van verweer tegen de incidentele vordering weinig kans van slagen maakt en/of dat zij bij het voeren van verweer tegen de incidentele vordering onvoldoende belang heeft. Hier komt bij dat niet is gebleken dat de curator ook buiten de onderhavige incidentele procedure om onvoorwaardelijk bereid was de gevorderde bescheiden aan MIO ter beschikking te stellen. Een en ander betekent dat de curator in dit incident proceskosten verschuldigd is. Het door de curator verschuldigde procureursalaris bedraagt in totaal € 2.000 (zegge: tweeduizend euro).
2.6
Op grond van het bovenstaande zal de curator ter zake van verschuldigde proceskosten worden veroordeeld tot betaling aan MIO van € 1.900,-- (zegge: negentienhonderd euro).
3 De beslissing
De rechtbank,
in het incident ex artt. 843a, 162, 22 en 85 Rv
wijst de incidentele vordering af;
veroordeelt de curator in de proceskosten, die aan de zijde van MIO zijn bepaald op nihil aan verschotten en € 1.900,-- aan salaris voor de procureur;
verklaart de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad,
in de hoofdzaak
verwijst de zaak naar de rol van woensdag 23 juli 2008 voor conclusie van antwoord.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.J.P. van Essen.
Uitgesproken in het openbaar.
901/196