ECLI:NL:RBROT:2008:BD7276
Rechtbank Rotterdam
- Voorlopige voorziening
- P. van Zwieten
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen bewaring partij rijst met genetisch gemodificeerd organisme
De zaak betreft een importeur die bezwaar maakte tegen het besluit van de Voedsel en Waren Autoriteit om een partij rijst uit de Verenigde Staten in officiële bewaring te nemen vanwege de aanwezigheid van het verboden genetisch gemodificeerde gen Llrice62. De importeur maakte gebruik van het recht op contra-expertise, waarbij een tweede analyse geen aanwezigheid van het gen aantoonde. Desondanks weigerde de autoriteit een derde monsteranalyse toe te staan.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de importeur geen belanghebbende is in de zin van artikel 1:2 van Pro de Algemene wet bestuursrecht, omdat zij geen eigenaar is van de partij rijst en haar belang slechts voortvloeit uit een privaatrechtelijke relatie met de eigenaar. Ook als zij als belanghebbende zou worden beschouwd, betreft haar belang slechts een financieel belang, wat onvoldoende is voor het treffen van een voorlopige voorziening zonder ernstige twijfel over het besluit.
De rechtbank concludeerde dat er geen spoedeisend belang was om een voorlopige voorziening te treffen en wees het verzoek af. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Het oordeel van de voorzieningenrechter is voorlopig en niet bindend voor de beslissing op bezwaar of in de hoofdzaak.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens gebrek aan rechtstreeks belang en onvoldoende spoedeisendheid.