ECLI:NL:RBROT:2008:BD7446
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- E. Mentink
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tussentijds hoger beroep in civiele procedure over valsheid in geschrifte
In deze civiele procedure tussen eiseres en gedaagde heeft de rechtbank Rotterdam op 25 juni 2008 uitspraak gedaan over een verzoek van gedaagde om tussentijds hoger beroep toe te staan tegen het vonnis van 30 januari 2008. Dit verzoek werd gedaan omdat de strafzaak tegen gedaagde was aangehouden en het vonnis daarvan niet kon worden ingebracht in de civiele procedure.
De rechtbank overweegt dat de hoofdregel volgens artikel 337 lid 2 Rv Pro is dat hoger beroep tegen tussenvonnissen pas kan worden ingesteld samen met het eindvonnis. Afwijking hiervan is slechts mogelijk bij bijzondere omstandigheden, die in deze zaak niet zijn gesteld of gebleken. Het verzoek van gedaagde wordt daarom afgewezen.
Verder draagt de rechtbank gedaagde op om bewijs te leveren dat hij pas na 15 juni 2005 bekend was met de fraude met de werkgeversverklaring en/of salarisstrook. Eiseres moet bewijs leveren dat gedaagde met haar gegevens valsheid in geschrifte heeft gepleegd. Indien partijen getuigen willen horen, zal dit plaatsvinden in de rechtbank Rotterdam onder leiding van rechter Mentink. De rechtbank bepaalt ook de procedure voor het opgeven van getuigen en hun beschikbaarheid.
De beslissing houdt verdere beslissing aan in afwachting van bewijslevering. Het vonnis is uitgesproken door rechter E. Mentink.
Uitkomst: Verzoek tot tussentijds hoger beroep wordt afgewezen en bewijslevering wordt opgedragen.