ECLI:NL:RBROT:2008:BD8268
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing boeteoplegging bouwfraude GWW-sector en toepassing clementieregeling
De zaak betreft een beroep van Aannemingsbedrijf Eggengoor B.V. en Eggengoor Materieel B.V. tegen een boete opgelegd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit wegens deelname aan een kartel in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW) in de periode 1998-2001. De boete is gebaseerd op overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet en artikel 81 van Pro het EG-Verdrag. De boete is vastgesteld op basis van de aanbestedingsomzet van 2001 en verminderd met kortingen wegens deelname aan een versnelde procedure en fiscale medewerking.
De rechtbank oordeelt dat de versnelde procedure en de voorwaarden daarvan, waaronder het afzien van betwisting van feiten en juridische beoordeling, rechtsgeldig zijn gecommuniceerd en vrijwillig zijn aanvaard. De feiten en deelname aan het kartel worden geacht vast te staan door erkenning in de versnelde procedure, waardoor betwisting in de beroepsfase niet mogelijk is. De boetegrondslag is passend en niet onredelijk, ook al is gekozen voor de omzet van één jaar en is geen onderscheid gemaakt tussen openbare en onderhandse aanbestedingen.
Verder overweegt de rechtbank dat de clementieregeling en de boeteverminderingen conform het beleid en de richtsnoeren zijn toegepast. De stelling dat verweerder is afgeweken van zijn beleid wordt verworpen. Het beroep op het vertrouwensbeginsel en op een verslechterde concurrentiepositie slaagt niet. Ook het beroep op matiging van de boete wegens financiële situatie wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en bewijs. De rechtbank wijst het beroep af en bevestigt het bestreden besluit.
Uitkomst: Het beroep van Aannemingsbedrijf Eggengoor B.V. wordt ongegrond verklaard en de opgelegde boete bevestigd.