ECLI:NL:RBROT:2008:BD8275
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing boeteoplegging bouwfraude GWW-sector met versnelde procedure en clementieregeling
De rechtbank Rotterdam behandelde het beroep van Nooijen Weg- en Waterbouw B.V. en Nooijen Beheer B.V. tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wegens deelname aan een kartel in de grond-, weg- en waterbouwsector (GWW) van 1998 tot 2001. De boete werd opgelegd op grond van overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet en artikel 81 van Pro het EG-Verdrag. De NMa had een versnelde procedure toegepast waarbij deelnemers afstand deden van individuele verweren in ruil voor een boetevermindering van 15%. Eiseressen betoogden dat deze procedure hun verdedigingsrechten schond, maar de rechtbank oordeelde dat deelname vrijwillig was en geen onrechtmatige beperking van rechten opleverde.
De rechtbank ging ook in op de keuze van de NMa om de boetegrondslag te baseren op de aanbestedingsomzet van het jaar 2001 als ijkjaar, ondanks dat de overtreding zich over meerdere jaren uitstrekte. Hoewel eiseressen stelden dat dit jaar niet representatief was, concludeerde de rechtbank dat de NMa binnen haar beleidsvrijheid handelde en dat eiseressen onvoldoende controleerbare gegevens aanleverde om een correctie te rechtvaardigen.
Verder werd het beleid rond de clementieregeling besproken. Eiseressen hadden geen clementieverzoek ingediend en klaagden over vermeende beleidswijzigingen en ongelijke behandeling. De rechtbank stelde vast dat de NMa haar beleid duidelijk had gecommuniceerd en binnen haar discretionaire bevoegdheid handelde. Ook de fiscale boetevermindering en de extra korting voor kleine bedrijven werden als redelijk beoordeeld.
Uiteindelijk verklaarde de rechtbank het beroep ongegrond en bevestigde zij de boeteoplegging en de toegepaste beleidsregels, waarmee de sanctiebevoegdheid van de NMa niet was vervallen en de opgelegde boete proportioneel was.
Uitkomst: Het beroep tegen de boete wegens overtreding van de Mededingingswet en EG-Verdrag wordt ongegrond verklaard.