ECLI:NL:RBROT:2008:BD8517
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing boeteoplegging bouwfraude GWW-sector en toepassing clementieregeling
Eiseres werd door de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) een boete opgelegd wegens overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet en artikel 81 van Pro het EG-Verdrag in het kader van kartelvorming in de GWW-sector. De boete werd vastgesteld op basis van de aanbestedingsomzet van 2001 met toepassing van een versnelde procedure en een clementiekorting van 15%. Eiseres betwistte onder meer de keuze van het ijkjaar 2001 en de toepassing van de clementieregeling.
De rechtbank oordeelde dat de keuze voor de aanbestedingsomzet 2001 als boetegrondslag niet onredelijk was en dat deelname aan de versnelde procedure vrijwillig was, waarbij eiseres de feiten en deelname aan het kartel erkende. De rechtbank stelde vast dat verweerder pas in het verweerschrift en ter zitting de ijkjaarcorrectie voldoende had gemotiveerd, waardoor het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 Awb Pro vernietigd moest worden, maar de rechtsgevolgen in stand konden blijven.
Verder werd geoordeeld dat verweerder de clementieregeling niet onzorgvuldig had toegepast en dat eiseres haar keuze om geen clementieverzoek in te dienen zelf had gemaakt. Ook het beroep op matiging van de boete wegens financiële situatie werd verworpen omdat verweerder alleen rekening hoeft te houden met faillissementsrisico's direct veroorzaakt door de boete. De rechtbank veroordeelde verweerder in de proceskosten en bepaalde dat de Staat der Nederlanden deze aan eiseres moet vergoeden.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende motivering van de ijkjaarcorrectie, maar de boete en rechtsgevolgen blijven in stand.