ECLI:NL:RBROT:2008:BD8569
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke vernietiging boetebesluit bouwfraude GWW-sector wegens onvoldoende motivering ijkjaarcorrectie
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de rechtbank Rotterdam het beroep van Verzijl Aannemingsbedrijf B.V. gegrond verklaard tegen een boetebesluit van de Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) wegens deelname aan een kartel in de grond-, weg- en waterbouw (GWW)-sector in de periode 1998-2001.
De boete werd opgelegd op basis van overtreding van artikel 6 van Pro de Mededingingswet en artikel 81 EG Pro-Verdrag. De NMa hanteerde voor de boetebepaling de aanbestedingsomzet van het jaar 2001 als ijkjaar, met een boetepercentage van 10%. Verwijten van eiseres betroffen onder meer de eenzijdige wijziging van de voorwaarden van de versnelde procedure, onvoldoende motivering van de ijkjaarcorrectie en schending van het evenredigheidsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de NMa voldoende duidelijk had gecommuniceerd over de voorwaarden van de versnelde procedure en dat deelname vrijwillig was. De erkenning van deelname aan het kartel door eiseres maakte betwisting van de feiten in de beroepsprocedure niet mogelijk. Wel stelde de rechtbank vast dat de motivering van de ijkjaarcorrectie in het bestreden besluit ontbrak, wat strijd opleverde met artikel 7:12 Awb Pro. Desondanks liet de rechtbank de rechtsgevolgen van het besluit in stand.
Verder werd het beroep op het gelijkheidsbeginsel afgewezen, omdat er geen sprake was van gelijke gevallen. Ook de boeteverminderingen voor kleine bedrijven en de fiscuskorting werden als redelijk beoordeeld. De rechtbank veroordeelde de NMa tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het boetebesluit is vernietigd wegens onvoldoende motivering van de ijkjaarcorrectie, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.