ECLI:NL:RBROT:2008:BD8729
Rechtbank Rotterdam
- Raadkamer
- Rechtspraak.nl
Rechter-commissaris oordeelt over rechtmatigheid inverzekeringstelling ondanks niet-deelname aan experiment raadsman bij politieverhoor
Op 25 juli 2008 werd verdachte aan de rechter-commissaris voorgeleid in het kader van toetsing ex artikel 59a Sv. De verdachte werd verdacht van medeplegen van moord/doodslag, een levensdelict waarvoor het experiment 'raadsman bij politieverhoor' geldt. De verdachte nam echter niet deel aan dit experiment, omdat slechts één van de twee speciaal ingerichte verhoorkamers beschikbaar was en reeds in gebruik was voor een medeverdachte.
De raadsman van verdachte stelde dat de inverzekeringstelling onrechtmatig was vanwege het niet naleven van het protocol van het experiment, dat deelname en aanwezigheid van de raadsman bij het eerste verhoor voorschrijft. De rechter-commissaris stelde echter vast dat het verhoor audiovisueel was geregistreerd en dat de wet- en regelgeving geen recht op aanwezigheid van de raadsman bij politieverhoren kent. Tevens werd benadrukt dat het experiment een pilot betreft waarbij geen rechten kunnen worden ontleend aan de voorwaarden.
De rechter-commissaris concludeerde dat het mogelijk te lichtvaardig besluiten om verdachte niet te laten deelnemen aan het experiment een slechte ontwikkeling zou zijn, maar dat dit de rechtmatigheid van de inverzekeringstelling niet raakt. De verdachte had voorafgaand aan het verhoor de cautie ontvangen en maakte gebruik van zijn zwijgrecht, waardoor zijn belangen niet waren geschaad. Het verweer werd daarom verworpen en de inverzekeringstelling als rechtmatig beoordeeld.
Uitkomst: De inverzekeringstelling van verdachte wordt als rechtmatig beoordeeld ondanks niet-deelname aan het experiment raadsman bij politieverhoor.