ECLI:NL:RBROT:2008:BD9647
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkverklaring vorderingen tot vernietiging arbitraal vonnis wegens ontbreken deel(eind)vonnis
In deze civiele procedure vorderen verzekeraars vernietiging van een arbitraal vonnis van 10 maart 2006 dat voortkomt uit een arbitrage tussen verzekeraars en verzekerden over een CAR-verzekering. De verzekeraars stellen dat het arbitraal vonnis gedeeltelijk een eindvonnis is en dat zij daarom het rechtsmiddel van vernietiging kunnen inzetten omdat in de akte van benoeming arbiters geen arbitraal hoger beroep is voorzien.
De rechtbank onderzoekt of het arbitraal vonnis een deel(eind)vonnis bevat zoals bedoeld in artikel 1064 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering. Zij concludeert dat het dictum van het arbitraal vonnis geen beslissing bevat over enig deel van de gevorderde geldsom, zodat het vonnis slechts een tussenvonnis is. Dit betekent dat het rechtsmiddel van vernietiging niet openstaat.
De rechtbank overweegt dat het onderscheid tussen deel(eind)vonnissen en tussenvonnissen bij arbitrale vonnissen gelijk moet zijn aan dat bij vonnissen van de gewone rechter. Ook het feit dat het vonnis is gedeponeerd bij de griffie is niet bepalend voor de kwalificatie. De verzekeraars worden daarom niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen en veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De verzekeraars worden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen tot vernietiging van het arbitraal vonnis van 10 maart 2006.