ECLI:NL:RBROT:2008:BD9670
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen Unicom Den Haag inzake intellectuele eigendomsrechten tegen Unicom Holding
In deze kort gedingprocedure vordert Unicom Den Haag dat Unicom Holding wordt verboden handelsnamen, beeldmerken en lay-out van reclamefolders te gebruiken die volgens Unicom Den Haag haar intellectuele eigendomsrechten schenden. De zaak betreft een geschil tussen twee broers die samen een franchiseorganisatie met de GSM Shop-formule hebben opgebouwd, maar sinds oktober 2007 hun samenwerking hebben verbroken.
Unicom Den Haag stelt eigenaar te zijn van de intellectuele eigendomsrechten en dat Unicom Holding geen licentie heeft voor het gebruik daarvan. Unicom Holding betwist dit en voert aan dat het auteursrecht op het logo bij haar berust en dat het depot van het nieuwe beeldmerk door Unicom Den Haag te kwader trouw is gedaan. Tevens beroept Unicom Holding zich op rechtsverwerking vanwege langdurig gebruik met medeweten van Unicom Den Haag.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het niet met de vereiste stelligheid aannemelijk is dat Unicom Den Haag exclusieve rechten heeft op de handelsnamen en het beeldmerk. Ook is niet uitgesloten dat het auteursrecht op het logo bij Unicom Holding berust. Gelet op de langdurige samenwerking en het gebruik door franchisenemers is een verbod op het gebruik van de handelsnamen niet proportioneel. De vorderingen worden daarom afgewezen en partijen dragen hun eigen kosten.
Uitkomst: De voorzieningenrechter wijst de vorderingen van Unicom Den Haag af en laat ieder zijn eigen kosten dragen.