ECLI:NL:RBROT:2008:BD9681
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot hervatting maandelijkse aflossing lening wegens ontbreken verrekeningsgrond
In deze zaak vorderen eiser sub 1 en Lely Hoff dat Hoeksche Beheer wordt veroordeeld tot het hervatten van de maandelijkse aflossingen van een lening van €3.500, die Hoeksche Beheer sinds februari 2008 niet meer heeft voldaan. De lening was onderdeel van een aandelenkoopovereenkomst waarbij een schuld van €201.000 werd kwijtgescholden en de resterende schuld in maandelijkse termijnen moest worden afgelost.
Hoeksche Beheer betwist de vordering en voert verrekening aan met een vordering op eiser sub 1, gebaseerd op diverse posten die volgens haar tot een saldo van €92.802 leiden. De voorzieningenrechter oordeelt dat deze verrekening niet kan slagen omdat de vorderingen niet jegens dezelfde wederpartij zijn en er geen cessie is gesteld of gebleken.
Daarnaast is onvoldoende aannemelijk dat Hoeksche Beheer een substantiële vordering op eiser sub 1 heeft, aangezien de specificaties ontbreken en betalingen aan derden niet zijn toegelicht. Ook is niet voldaan aan de criteria voor toewijzing in kort geding, zoals spoedeisendheid en het restitutierisico. Daarom wordt de vordering afgewezen en worden eiser sub 1 en Lely Hoff veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot hervatting van maandelijkse aflossingen wordt afgewezen wegens ontbreken van verrekeningsgrond en onvoldoende aannemelijkheid.