ECLI:NL:RBROT:2008:BD9785
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verwijzing van civiele vorderingen naar kantonrechter wegens samenhang en aardvorderingen
In deze civiele procedure bij de Rechtbank Rotterdam stonden vorderingen van eiseres tegen meerdere gedaagden centraal, waaronder geschillen over arbeidsovereenkomsten, agentuurovereenkomsten, geheimhoudings- en concurrentiebedingen, en vermeende verduistering van gelden.
De rechtbank oordeelde dat de vorderingen, mede vanwege hun onderlinge samenhang en het feit dat een aantal vorderingen aardvorderingen zijn die tot de bevoegdheid van de kantonrechter behoren, gezamenlijk naar de kantonrechter verwezen moeten worden. Dit betreft zowel vorderingen in conventie als in reconventie tegen alle betrokken gedaagden.
De rechtbank baseerde haar oordeel op artikel 93 en Pro 94 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en benadrukte het belang van een goede procesorde en gelijktijdige behandeling van samenhangende vorderingen. Tevens werd eiseres veroordeeld in de kosten van het bevoegdheidsincident.
De zaak wordt voortgezet bij de sector kanton van de rechtbank Rotterdam, waarbij partijen in persoon of bij gemachtigde kunnen verschijnen. De verdere beslissing wordt aangehouden.
Uitkomst: De rechtbank verwijst alle vorderingen naar de kantonrechter en houdt verdere beslissing aan.