ECLI:NL:RBROT:2008:BD9884
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vordering smartengeld en verlies verdienvermogen na arbeidsongeval met blijvend letsel
Eiser is op 26 juli 1999 bij zijn werk als vorkheftruckchauffeur betrokken geraakt bij een ernstig ongeval waarbij beide benen zijn gebroken met blijvende restklachten en psychische problematiek. Partijen sloten in 2003 een vaststellingsovereenkomst voor materiële schade tot 31 december 2001 en een deel van de immateriële schade.
Eiser vordert aanvullende vergoeding voor materiële schade vanaf 1 januari 2002, verlies aan verdienvermogen, smartengeld wegens psychische schade, en kosten. Er is discussie over de juiste berekeningsgrondslagen, met name over de gehanteerde toeslagen en de periode van overwerk en ploegendiensten.
De rechtbank stelt dat de NRL-berekening van eiser een redelijke basis biedt mits correcties worden aangebracht, onder meer halvering van de overwerktoeslag en beperking van overwerk en ploegendienst na het 55e levensjaar. De zaak wordt verwezen voor een nieuwe berekening. Orthopedische schoen kosten en advocaatkosten worden toegewezen, fitnesskosten niet. Voor smartengeld wordt een aanvullend bedrag van €12.500 passend geacht bovenop de reeds betaalde €25.000, rekening houdend met de ernst van het letsel en vergelijkbare uitspraken.
De rechtbank wijst de wettelijke rente toe vanaf het ongeval voor immateriële schade en vanaf specifieke data voor advocaatkosten en rapportkosten. De zaak wordt aangehouden voor nadere berekeningen en verdere procesvoering.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen deels toe met correcties en verwijzing voor nadere berekening van het verlies aan verdienvermogen.