ECLI:NL:RBROT:2008:BE2741
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering onrechtmatige betaling tijdens surseance van Indolec B.V.
Indolec B.V. verkeerde in surseance van betaling vanaf 22 juni 2006, waarbij de curator was aangesteld als bewindvoerder. Op 27 juni 2006 betaalde Indolec zonder toestemming van de curator een bedrag van €11.229,30 aan Akomar, een vordering die bestond vóór de surseance. De curator stelde dat deze betaling in strijd was met artikel 228 Faillissementswet Pro en eiste terugbetaling van het bedrag.
Akomar voerde aan dat zij niet op de hoogte was van de surseance en dat de curator de surseance niet bekend had gemaakt aan de schuldeisers. Tevens stelde Akomar dat binnen Indolec geen directie meer aanwezig was en dat iedereen naar eigen goeddunken handelde. Ook beriep zij zich op een retentierecht en stelde dat de boedel gebaat zou zijn bij de betaling.
De rechtbank oordeelde dat Akomar geacht werd op de hoogte te zijn van de surseance, mede door de publicatie in de Staatscourant. De betaling zonder medewerking van de curator was niet rechtsgeldig en de boedel was niet aansprakelijk voor de betaling. Het beroep op het retentierecht faalde omdat medewerking van de curator vereist was. Ook het verweer dat de boedel gebaat was bij de betaling werd verworpen omdat het ging om een vordering die bestond vóór de surseance.
De rechtbank veroordeelde Akomar tot terugbetaling van het bedrag van €11.229,30, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 21 september 2006, en tot vergoeding van proceskosten en buitengerechtelijke kosten.
Uitkomst: Akomar wordt veroordeeld tot terugbetaling van €11.229,30 aan de curator met wettelijke rente en proceskosten.