ECLI:NL:RBROT:2008:BE7078
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Boven
- Van den Berg
- Van Ginneken
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onrechtmatig gebruik burgerpseudo-verkoop bij drugshandel
De rechtbank Rotterdam behandelde een zaak waarin verdachte werd verdacht van het voorbereiden en bevorderen van drugshandel met grote hoeveelheden paracetamol en cafeïne, stoffen die als versnijdingsmiddelen voor heroïne worden gebruikt.
De kern van het geschil betrof het gebruik van het opsporingsmiddel burgerpseudo-verkoop, waarbij een bedrijf farmaceutische grondstoffen leverde aan verdachte op basis van een overeenkomst met het Openbaar Ministerie. De rechtbank oordeelde dat dit opsporingsmiddel geen wettelijke basis heeft, omdat het niet valt onder de wettelijke regeling voor burgerpseudo-dienstverlening of pseudo-koop zoals bedoeld in artikel 126ij Wetboek van Strafvordering.
Hoewel de officier van justitie ontvankelijk werd verklaard, achtte de rechtbank het verzuim zo ernstig dat het bewijs verkregen via deze methode moest worden uitgesloten. Gezien het ontbreken van voldoende ander bewijs en het feit dat verdachte in de relevante periode in Turkije verbleef, sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
Daarnaast werden de inbeslaggenomen goederen onttrokken aan het verkeer omdat het bezit ervan in strijd was met de wet. De rechtbank benadrukte het belang van een correcte wettelijke basis voor opsporingsmiddelen en de bescherming van het recht op een eerlijk proces.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens bewijsuitsluiting door onrechtmatig gebruik van burgerpseudo-verkoop.