ECLI:NL:RBROT:2008:BF0524
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- L.A.C. Nifterick
- P. Vrolijk
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid in strafzaak
In deze strafzaak diende een verzoek tot wraking van de rechter die de zaak behandelde. Verzoeker stelde dat de rechter vooringenomen was omdat zij de behandeling van de zaak aanhield zonder voorafgaand onderzoek naar de feiten en schuldvraag, en omdat zij een strenger standpunt innam dan de officier van justitie.
De rechtbank heeft het griffiedossier en het proces-verbaal van de terechtzitting van 15 juli 2008 bestudeerd. De rechter had de zaak aangehouden om een psychologisch en psychiatrisch onderzoek naar de toerekeningsvatbaarheid van verzoeker te laten uitvoeren, op advies van de reclassering. De rechter had geen standpunt ingenomen over de schuld van verzoeker voorafgaand aan de zitting.
De rechtbank oordeelde dat er geen objectieve of subjectieve aanwijzingen waren dat de rechter onpartijdig was of vooringenomenheid koesterde. De gang van zaken bij de zitting en het memo van de rechter bevestigden dit. Het wrakingsverzoek werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
De beslissing werd uitgesproken op 11 september 2008 door een meervoudige kamer van de rechtbank Rotterdam, waarbij ook werd vastgesteld dat de voorzitter van de wrakingskamer mogelijk betrokken was bij een ander aspect van de zaak, maar dit geen bezwaar opleverde.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens gebrek aan zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.