ECLI:NL:RBROT:2008:BF1914
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- E.A. Poppe-Gielesen
- C. Laukens
- H. van den Heuvel
- Rechtspraak.nl
Bevestiging disciplinair ontslag politieambtenaar wegens niet melden samenwoning met ex-echtgenote
Een politieambtenaar werd ontslagen wegens plichtsverzuim omdat hij in de periode september tot november 2006 feitelijk samenwoonde met zijn ex-echtgenote zonder dit te melden aan de uitkerende instantie, terwijl zij een bijstandsuitkering ontving. De ambtenaar erkende de samenwoning maar stelde te goeder trouw te hebben gehandeld en betwistte de evenredigheid van het ontslag.
De rechtbank oordeelde dat uit de processen-verbaal bleek dat sprake was van een bewuste keuze om de samenwoning niet te melden. De melding en inschrijving in de gemeentelijke basisadministratie vonden pas plaats nadat de ambtenaar strafrechtelijk in verzekering was gesteld. Gezien zijn functie als politieambtenaar gelden hoge eisen aan betrouwbaarheid en integriteit, en het plichtsverzuim betrof een strafbaar feit.
De rechtbank achtte het ontslag niet onevenredig, ook al was er geen strafrechtelijke vervolging wegens beleidsmatige redenen. De procedure verliep correct, inclusief de hoorzitting en vertegenwoordiging door een gemachtigde. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het disciplinaire ontslag van de politieambtenaar wordt ongegrond verklaard.