ECLI:NL:RBROT:2008:BF1943
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.V.M. Los
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verwijdering braamstruiken en schadevergoeding wegens overhangende heg
Eiser, eigenaar van een perceel, vordert op grond van artikel 5:44 BW Pro dat gedaagde wordt veroordeeld tot het verwijderen van braamstruiken die over het erf van eiser overhangen en tot betaling van schadevergoeding wegens onrechtmatige hinder. Aanvankelijk betrof het ook coniferen, maar deze zijn door gedaagde verwijderd tijdens de procedure.
Eiser stelt dat de braamstruiken ondergronds doorgroeien op zijn perceel en daardoor zijn eigendom overwoekeren, wat onrechtmatige hinder veroorzaakt. Hij legt foto's en een offerte voor de verwijderingskosten over. Gedaagde betwist de vordering en stelt dat er geen algemene rechtsregel bestaat die hem verplicht de overhangende of doorgroeiende braamstruiken te verwijderen of de kosten daarvan te vergoeden.
De rechtbank oordeelt dat artikel 5:44 lid 2 BW Pro wel toestaat dat eiser zelf de wortels op zijn perceel mag weghakken, maar geen verplichting oplegt aan gedaagde om dit te doen of de kosten te dragen. Ook ontbreken feiten die een bijzondere verplichting van gedaagde kunnen rechtvaardigen. Gezien deze juridische kaders wijst de rechtbank de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering tot verwijdering van braamstruiken en schadevergoeding wegens overhangende heg wordt afgewezen.