ECLI:NL:RBROT:2008:BF1952
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fiege
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering nabestaande wegens vermeende medische fout huisarts met overlijden tot gevolg
De zaak betreft een nabestaande die een huisarts en diens vervanger aansprakelijk stelt voor een beroepsfout die zou hebben geleid tot het overlijden van zijn partner na een herseninfarct en daaropvolgende complicaties.
De nabestaande stelt dat de huisartsen onvoldoende zorg hebben verleend, waardoor een ontsteking en bloedvergiftiging niet tijdig werden behandeld, wat leidde tot sepsis en uiteindelijk het overlijden van zijn partner. Hij vordert immateriële schadevergoeding, vergoeding van gederfd levensonderhoud en begrafeniskosten.
De huisartsen betwisten de aansprakelijkheid en voeren aan dat zij naar professionele maatstaven hebben gehandeld, dat de klachten niet wezenlijk afweken van een oppervlakkige infectie en dat de nabestaande niet tot de kring van gerechtigden behoort voor schadevergoeding op grond van het burgerlijk recht.
De rechtbank oordeelt dat immateriële schadevergoeding voor affectieschade niet toewijsbaar is, dat de nabestaande onvoldoende heeft aangetoond dat zijn partner bijdroeg aan zijn levensonderhoud of huishoudelijke taken verrichtte, en dat hij niet heeft bewezen dat hij de begrafeniskosten zelf heeft gedragen. Daarom wordt de vordering afgewezen en wordt de nabestaande veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vordering van nabestaande wegens beroepsfout huisarts wordt afgewezen wegens gebrek aan toewijsbare schade en onvoldoende bewijs.