ECLI:NL:RBROT:2008:BF2095
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Sluiting horeca-inrichting en intrekking exploitatievergunning wegens aantreffen vuurwapen
De burgemeester van Rotterdam trok op 12 april 2007 de exploitatievergunning en nachtontheffing van een horeca-inrichting in naar aanleiding van een incident waarbij een vuurwapen werd aangetroffen in de inrichting. Eisers, de bestuurders van de inrichting, maakten bezwaar en stelden beroep in tegen deze besluiten. De rechtbank overwoog dat de bevoegdheid van de burgemeester discretionair is en dat de besluiten gericht zijn op bescherming van de openbare orde, niet op bestraffing.
Uit het politierapport bleek dat op 24 februari 2007 een vechtpartij plaatsvond waarbij een man een vuurwapen bij zich droeg in de inrichting. Dit incident valt onder de categorie zeer ernstige incidenten volgens het handhavingsbeleid, wat intrekking van de vergunning en sluiting van de inrichting rechtvaardigt. Gezien een eerder incident in 2005, waarbij al een sluiting van zes maanden was opgelegd, was sluiting voor onbepaalde tijd proportioneel.
Eisers voerden onder meer aan dat het feest een familieverjaardag betrof en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel niet slaagt. De rechtbank verwierp deze argumenten en volgde de eerdere overwegingen van de voorzieningenrechter. Eisers werden ontvankelijk verklaard, maar het beroep werd ongegrond verklaard. De rechtbank zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de sluiting en intrekking van de exploitatievergunning wordt ongegrond verklaard.