ECLI:NL:RBROT:2008:BF3836
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid
Verzoeker heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die hem strafrechtelijk behandelt, omdat deze rechter in een eerdere strafzaak tegen een mede-verdachte uitlatingen had gedaan die volgens verzoeker duidden op vooringenomenheid jegens hem. De rechter had in die eerdere zaak de verklaringen van verzoeker als ongeloofwaardig bestempeld en opmerkingen gemaakt over zijn gedrag en kleding.
De rechtbank heeft het wrakingsverzoek behandeld en overwogen dat wraking alleen kan worden toegewezen indien er zwaarwegende aanwijzingen zijn dat de rechter niet onpartijdig is. De rechtbank stelde vast dat niet is komen vast te staan dat de rechter daadwerkelijk de verklaringen van verzoeker als ongeloofwaardig heeft bestempeld en dat zelfs als dat zo was, dit niet automatisch wijst op vooringenomenheid.
Verder benadrukte de rechtbank dat de rechter in de strafzaak tegen verzoeker alle bewijsmiddelen opnieuw zal beoordelen en niet gebonden is aan eerdere uitspraken. Er zijn geen feiten of omstandigheden die de professionaliteit of onpartijdigheid van de rechter in twijfel trekken. Daarom is het wrakingsverzoek ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter is afgewezen wegens het ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.