ECLI:NL:RBROT:2008:BF3841
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk wegens niet-tijdige indiening in echtscheidingsprocedure
In een verzoekschriftprocedure tot echtscheiding en nevenvoorzieningen diende verzoekster een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de zaak behandelde. Het verzoek werd ingediend na de zitting van 1 augustus 2008, waarin verzoekster en haar advocaat meenden dat de rechter onvoldoende dossierkennis had en partijen niet voldoende gelegenheid gaf hun standpunten toe te lichten.
De rechtbank oordeelde dat het wrakingsverzoek niet tijdig was ingediend, aangezien de feiten en omstandigheden waarop het verzoek was gebaseerd reeds tijdens de zitting bekend waren. Verzoekster had direct ter zitting de wraking moeten verzoeken, maar koos ervoor dit enkele dagen later te doen, waardoor het verzoek niet ontvankelijk werd verklaard.
Ten overvloede overwoog de rechtbank dat de door verzoekster aangevoerde gronden, zoals de wijze van bejegening door de rechter en het proces-verbaal van de zitting, onvoldoende objectieve aanwijzingen bevatten voor partijdigheid. Het beperken van het woord door de rechter en het voorlopige karakter van haar uitspraken vormden geen grond voor wraking.
Ook was er geen bewijs van voorafgaand contact tussen de rechter en de wederpartij of diens advocaat over schikkingsvoorstellen. De overige argumenten van verzoekster betroffen de inhoudelijke juridische beoordeling van de zaak en niet de onpartijdigheid van de rechter. Het wrakingsverzoek werd daarom niet ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet-ontvankelijk verklaard wegens niet-tijdige indiening.