ECLI:NL:RBROT:2008:BF7336
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot terugboeking onrechtmatige overboekingen boedelrekeningen WSNP
In deze kortgedingprocedure vorderen bewindvoerders, waaronder mr. Van Steen, dat Fortis Bank wordt veroordeeld tot terugboeking van circa 82 overboekingen ten laste van boedelrekeningen van WSNP-sanieten, die zonder medeondertekening van de rechter-commissaris zouden zijn uitgevoerd. De vorderingen zijn gebaseerd op de stelling dat Fortis onrechtmatig heeft gehandeld door deze betalingen te verrichten zonder geldige opdracht, en subsidiair op een schending van de bijzondere zorgplicht van de bank.
De rechtbank stelt vast dat Fortis en de toenmalige bewindvoerder Nieland een overeenkomst tot elektronisch bankieren hebben gesloten, waarbij Nieland gemachtigd was betalingen via internet te verrichten. De rechtbank acht voorshands aannemelijk dat de overboekingen zijn verricht volgens de procedures van deze overeenkomst en daarmee geldig zijn. De eis dat alle betalingsopdrachten medeondertekend moeten zijn door de rechter-commissaris geldt niet rechtstreeks voor elektronische opdrachten.
Verder oordeelt de rechtbank dat Fortis geen wanprestatie of onrechtmatige daad heeft gepleegd door het gebruik van het online bankiersysteem en het niet signaleren van het ongebruikelijke betalingspatroon. De zorgplicht van de bank strekt niet zo ver dat zij zelfstandig toezicht moet houden op het gebruik van de rekeningen. Ook het ontbreken van melding door Nieland van misbruik van haar pas en pincode aan Fortis speelt mee.
De rechtbank verklaart mr. Van Steen ontvankelijk in zijn vordering en verwerpt het verweer van Fortis dat de Staat niet ontvankelijk zou zijn. Uiteindelijk wijst de rechtbank zowel de primaire vordering tot terugboeking als de subsidiaire geldvordering af en veroordeelt eisers in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vordering tot terugboeking van overboekingen af en veroordeelt eisers in de proceskosten.