ECLI:NL:RBROT:2008:BG0579
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. van Zwieten
- R.H.L. Dallinga
- D. Haan
- Rechtspraak.nl
Brief burgemeester Rotterdam over nieuw coffeeshopbeleid geen besluit met rechtsgevolg
Eisers, exploitanten van dertien coffeeshops in Rotterdam, ontvingen op 1 oktober 2007 een brief van de burgemeester waarin zij werden geïnformeerd over het nieuwe coffeeshopbeleid. Dit beleid hield in dat coffeeshops binnen een bepaalde afstand van scholen per 1 juni 2009 de verkoop van softdrugs moesten staken. Eisers stelden dat deze brief een besluit was dat hun rechtspositie direct raakte en maakten bezwaar tegen deze kennisgeving.
De burgemeester verklaarde de bezwaren niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit met rechtsgevolg bevatte, maar slechts een informatieve mededeling was over het toekomstige beleid en de gevolgen daarvan. De rechtbank bevestigde dit standpunt en oordeelde dat de brief geen besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb), omdat de huidige exploitatievergunning ongewijzigd bleef en pas bij de toekomstige vergunningverlening rechtsgevolg ontstaat.
Verder oordeelde de rechtbank dat de zienswijzen van eisers over verplaatsing van coffeeshops geen concrete aanvragen waren en dus niet konden leiden tot een besluit. Eisers konden pas bezwaar maken tegen een daadwerkelijke vergunningverlening. Het beroep werd ongegrond verklaard en de proceskosten werden niet toegewezen.
Uitkomst: De beroepen van de coffeeshophouders worden ongegrond verklaard omdat de brief van de burgemeester geen besluit met rechtsgevolg is.