ECLI:NL:RBROT:2008:BG0594
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- P. van Zwieten
- R.H.L. Dallinga
- D. Haan
- Rechtspraak.nl
Vernietiging exploitatievergunning viskraam wegens onvoldoende belangenafweging stank- en geluidsoverlast
Eiser maakte bezwaar tegen de exploitatievergunning voor een viskraam met terras aan het Heemraadsplein te Rotterdam. De burgemeester had het bezwaar ongegrond verklaard, maar de rechtbank oordeelde in een eerdere uitspraak dat de belangenafweging onvolledig was omdat stank- en geluidsoverlast niet waren betrokken.
Bij hernieuwde besluitvorming handhaafde de burgemeester het besluit zonder alsnog deze belangen mee te wegen, met de motivering dat deze aspecten geregeld zijn in het Besluit horeca-, sport- en recreatie-inrichtingen milieubeheer. De rechtbank stelde vast dat dit standpunt onjuist is en dat de belangenafweging alsnog had moeten plaatsvinden.
De rechtbank vernietigde het bestreden besluit wegens strijd met artikel 7:12 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Gelet op een rapport van DCMR achtte de rechtbank het niet aannemelijk dat geur en geluid het woon- en leefklimaat aantasten. De rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand en de gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot verlening van de exploitatievergunning wordt vernietigd wegens onvoldoende belangenafweging, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.