ECLI:NL:RBROT:2008:BG0793
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bankiersverzekering en dekking bij fraude door bankmedewerker
De Bank heeft een bankiersverzekering afgesloten bij AIG en vordert dat AIG dekking verleent voor schade veroorzaakt door onbevoegd handelen van een bankmedewerker, [persoon 1], die gedurende medio 2001 tot mei 2002 kredieten verstrekte en overboekingen verrichtte in strijd met interne regels. De Bank stelt dat dit handelen valt onder de begrippen valsheid in geschrifte, bedrog, verduistering, samenspanning of oplichting zoals genoemd in de polisvoorwaarden.
AIG voert verweer dat deze begrippen strafrechtelijke termen zijn en dat het handelen van [persoon 1] niet voldoet aan deze strafrechtelijke criteria, mede omdat het niet gericht was op het berokkenen van schade aan de Bank. Ook stelt AIG dat de schade te laat is gemeld en dat per cliënt een eigen risico geldt. De rechtbank oordeelt echter dat de begrippen in de polis niet beperkt zijn tot strafrechtelijke definities en dat het handelen van [persoon 1] bewust was en fraude karakter heeft, waardoor dekking onder de polis bestaat.
De rechtbank wijst het verweer van AIG over te late melding af, omdat AIG na de telefonische melding geen actie heeft ondernomen en geen verval van recht op uitkering is overeengekomen. Tevens wordt geoordeeld dat de frauduleuze handelingen als één voortgezet evenement moeten worden beschouwd, waardoor de serieschadeclausule van toepassing is. De rechtbank houdt verdere beslissing aan voor nadere behandeling van resterende geschilpunten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de handelingen van de bankmedewerker onder de fraudebegrippen van de polis vallen en houdt de zaak aan voor verdere behandeling van resterende geschilpunten.