ECLI:NL:RBROT:2008:BG1184

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
1 oktober 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
181816/HA ZA 02-1825
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
  • Van Zelm van Eldik
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding door Oilko aan verzekeraars voor schade door niet-nakoming koopovereenkomst MDO

De rechtbank Rotterdam heeft in deze civiele zaak geoordeeld over de vordering van verzekeraars tegen Oilko wegens tekortkoming in de nakoming van een koopovereenkomst met AFT betreffende de levering van Monomer Topsel (MDO Blend).

Eerder was vastgesteld dat Oilko toerekenbaar tekortgeschoten was jegens AFT en dat Oilko aansprakelijk is voor de daardoor ontstane schade. De verzekeraars, die deze schade aan AFT hebben vergoed op grond van een goederentransportpolis, vorderen nu vergoeding van Oilko voor het door hen betaalde bedrag.

De rechtbank oordeelt dat de verzekeraars gesubrogeerd zijn in de rechten van AFT en gerechtigd zijn het betaalde te verhalen op Oilko. Hoewel de exacte schade en uitkeringen nog moeten worden vastgesteld in een schadestaatprocedure, staat dit niet aan toewijzing van de vordering in de weg. Oilko wordt veroordeeld tot betaling van de door AFT geleden en nog te lijden schade, voor zover deze door de verzekeraars is vergoed.

De rechtbank veroordeelt tevens Oilko in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: Oilko wordt veroordeeld tot vergoeding aan verzekeraars van de door AFT geleden en nog te lijden schade die door hen is vergoed.

Uitspraak

Uitspraak
Rechtbank Rotterdam
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 181816/HA ZA 02-1825
Uitspraak: 1 oktober 2008
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ALLROUND FUEL TRADING CHEMOIL B.V., thans genaamd CHEMOIL EUROPE B.V.,
gevestigd te Rotterdam,
eiseres,
advocaat mr P.W. Tubbergen,
- alsmede -
1. de vennootschap ERASMUS VERZEKERINGEN B.V. Q.Q., handelende als lasthebber van Erasmus Verzekeringen N.V. te Rotterdam,
gevestigd te Rotterdam,
2. de naamloze vennootschap FORTIS CORPORATE INSURANCE N.V.,
gevestigd te Amstelveen,
3. de naamloze vennootschap NIEUWE HOLLANDSE LLOYD SCHADEVERZEKERING N.V., namens en als rechtsopvolger van Eagle Star Reinsurance Company Limited te Londen,
gevestigd te Woerden,
4. de naamloze vennootschap ALLIANZ NEDERLAND SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
5. de naamloze vennootschap AEGON SCHADEVERZEKERING N.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
6. de naamloze vennootschap AVÉRO SCHADEVERZEKERING BENELUX N.V., voorheen genaamd Royal & SunAlliance Schadeverzekering N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
7. de naamloze vennootschap NATIONALE-NEDERLANDEN SCHADEVERZEKERING MAATSCHAPPIJ N.V.,
gevestigd te 's-Gravenhage,
8. de vennootschap N.A.G. NEDERLANDSE ASSURADEUREN GROEP B.V. Q.Q.,
gevestigd te Amsterdam,
9. de naamloze vennootschap HANNOVER INTERNATIONAL INSURANCE (NEDERLAND) N.V.,
gevestigd te Rotterdam,
10. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid ABN AMRO ASSURADEUREN B.V.,
gevestigd te Zwolle,
tussengekomen partijen aan de zijde van eiseres,
advocaat mr P.W. Tubbergen,
- tegen -
de vennootschap naar het recht van de plaats van vestiging OILKO MINERALÖLPRODUKTE VERTRIEBSGESELLSCHAFT MBH,
gevestigd te Haan, Duitsland,
gedaagde,
advocaat mr R.A. Klaassen.
Partijen worden hierna aangeduid als "AFT", "de verzekeraars" en "Oilko".
1. Het verdere verloop van het geding
De rechtbank heeft kennisgenomen van de in deze zaak gewezen vonnissen van 25 april 2007 en 12 maart 2008, alsmede de daaraan ten grondslag liggende stukken.
Na laatstgenoemd vonnis heeft Oilko een akte genomen en hebben de verzekeraars een antwoordakte genomen.
2. De verdere beoordeling
2.1
In het vonnis van 12 maart 2008 heeft de rechtbank in de zaak tussen AFT en Oilko een einduitspraak gedaan, waarbij voor recht is verklaard dat Oilko toerekenbaar is tekortgeschoten in de nakoming van de met AFT gesloten koopovereenkomst en waarbij Oilko is veroordeeld om aan AFT alle door deze als gevolg daarvan geleden schade te vergoeden, op te maken bij staat.
2.2
De zaak tussen de verzekeraars als tussenkomende partij en Oilko is naar de rol verwezen opdat Oilko zich - desgewenst - zou uitlaten over de vordering van de verzekeraars. Oilko heeft dat gedaan en de verzekeraars hebben daarop gereageerd.
2.3
De vordering van de verzekeraars strekt ertoe dat Oilko wordt veroordeeld tot vergoeding aan hen van de schade die is of wordt geleden door AFT en die door de verzekeraars uit hoofde van verzekering aan AFT is vergoed, nader op te maken bij staat.
2.4
De aansprakelijkheid van Oilko jegens AFT staat vast, zie het vonnis van 12 maart 2008.
Oilko heeft niet betwist dat de verzekeraars gehouden zijn om krachtens verzekerings-overeenkomst - de in het geding gebrachte doorlopende goederentransportpolis
d.d. 19 oktober 1999 nr. 6.445.468.9 - aan AFT de door deze als gevolg van de wanprestatie van Oilko geleden en te lijden schade te vergoeden. Dat betekent dat indien en voorzover de verzekeraars tot vergoeding van die schade zijn overgegaan of nog zullen overgaan, zij in de rechten van AFT zijn of worden gesubrogeerd en gerechtigd zijn het betaalde te verhalen op Oilko.
2.5
Dat op dit moment (in dit geding) nog niet vaststaat welke schade AFT heeft geleden of zal lijden en welke uitkering de verzekeraars ter zake aan AFT hebben gedaan of zullen doen, staat aan toewijzing van de vordering van verzekeraars niet in de weg. Deze punten zullen - indien nodig - aan de orde dienen te komen in de schadestaatprocedure(s). Het spreekt vanzelf dat Oilko niet dezelfde schade dubbel behoeft te vergoeden.
3. De beslissing
De rechtbank,
in de zaak tussen de verzekeraars en Oilko
veroordeelt Oilko aan de verzekeraars te betalen de door AFT geleden en nog te lijden schade als gevolg van het toerekenbaar tekortschieten door Oilko in de nakoming van de met AFT gesloten koopovereenkomst betreffende leverantie van Monomer Topsel (MDO Blend) zoals opgenomen in de schriftelijke bevestiging d.d. 4 november 1999, zulks voorzover die schade door de verzekeraars is vergoed krachtens de goederentransportpolis d.d. 19 oktober 1999, op te maken bij staat;
veroordeelt Oilko in de kosten van het geding, tot op deze uitspraak aan de zijde van de verzekeraars begroot op nihil aan vast recht en op € 678,- aan salaris van de advocaat;
verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr Van Zelm van Eldik.
Uitgesproken in het openbaar.
10.