ECLI:NL:RBROT:2008:BG1674
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- L.J. van Die
- Rechtspraak.nl
Ontbinding arbeidsovereenkomst na geschil over overplaatsing en loondoorbetaling
Een werkneemster is na een verhuizing naar een andere woonplaats geconfronteerd met een reistijd van 2,5 uur enkele reis naar haar werk. Zij had vooraf met haar werkgever gesproken over overplaatsing naar een locatie dichterbij, maar dit bleek niet mogelijk vanwege gebrek aan beschikbare arbeidsplaatsen. De werkneemster meldde zich ziek vanwege de lange reistijd en bezocht meerdere keren de bedrijfsarts in de regio van haar nieuwe woonplaats, maar verscheen niet op een spreekuur in Rotterdam.
Na een reeks gesprekken en e-mailwisselingen waarin de werkneemster haar ontslag aanvroeg in een emotionele toestand, bevestigde de werkgever de beëindiging van de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2007. De kantonrechter oordeelde echter dat de werkgever tekort was geschoten in haar onderzoeksplicht om na te gaan of de werknemer haar wil tot beëindiging daadwerkelijk en ondubbelzinnig had uitgesproken.
De kantonrechter stelde dat de arbeidsovereenkomst na 1 juli 2007 bleef voortbestaan en dat de werkneemster mocht bewijzen dat zij in de periode tot de ontbinding arbeidsongeschikt was. De vordering tot loondoorbetaling werd niet direct toegewezen, maar de zaak werd aangehouden om bewijs te leveren. De arbeidsovereenkomst is uiteindelijk voorwaardelijk ontbonden per 1 maart 2008.
Uitkomst: De arbeidsovereenkomst is voorwaardelijk ontbonden per 1 maart 2008, met toelating van bewijs omtrent arbeidsongeschiktheid en loondoorbetaling.