ECLI:NL:RBROT:2008:BG3459
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen overeenkomst tot aandelenovername na afgebroken onderhandelingen over letter of intent
In deze civiele zaak stond de vraag centraal of tussen partijen een overeenkomst tot overname van de aandelen in Cohesion B.V. tot stand was gekomen. Pharox stelde dat er wilsovereenstemming bestond over alle essentiële onderdelen, onderbouwd met correspondentie en concepten van een letter of intent (LOI). TMH en [opposant sub 2] betwistten dit en voerden aan dat de onderhandelingen waren afgebroken zonder dat een perfecte koopovereenkomst tot stand was gekomen.
De rechtbank oordeelde dat hoewel partijen dicht bij overeenstemming waren, er onvoldoende zekerheid bestond over essentiële punten zoals de samenwerking na overname, garanties en zekerheden, en de definitieve vaststelling van de earn-out regeling. De LOI bleef een intentieverklaring zonder bindende koopovereenkomst. Pharox mocht daarom niet gerechtvaardigd vertrouwen op de totstandkoming van een definitieve overeenkomst.
De rechtbank stelde vast dat TMH de onderhandelingen had afgebroken nadat haar wensen niet in de LOI waren verwerkt. Dit was niet onaanvaardbaar omdat Pharox geen degelijk vertrouwen had dat een koopovereenkomst zou worden gesloten. Het verstekvonnis dat Pharox veroordeelde tot betaling werd vernietigd en de vordering van Pharox werd afgewezen. Pharox werd veroordeeld in de proceskosten, terwijl TMH en [opposant sub 2] werden veroordeeld in de kosten van het incident en reconventie.
Uitkomst: De rechtbank vernietigt het verstekvonnis en wijst de vordering van Pharox af wegens het ontbreken van een perfecte koopovereenkomst en gerechtvaardigd vertrouwen.