ECLI:NL:RBROT:2008:BG3480
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Hofmeijer-Rutten
- Rechtspraak.nl
Gevolgen tenuitvoerlegging kort geding vonnis bij geschil over sloopverplichtingen en schadevergoeding
Dynea en Wetro sloten een Acquisition Agreement en een Amendment waarin Wetro zich verplichtte tot sloop en bouwrijp maken van terreinen uiterlijk 31 oktober 2004, later verlengd tot 31 mei 2005. Wetro slaagde er niet in tijdig te presteren, waarna Dynea zelf de sloopwerkzaamheden uitvoerde.
Dynea vorderde vergoeding van operationele kosten, sloopkosten en proceskosten, stellende dat Wetro wanprestatie pleegde. Wetro betwistte dit en stelde dat een nadere overeenkomst was gesloten die haar uitstel verleende en dat Dynea onrechtmatig handelde door zelf te slopen.
De rechtbank oordeelde dat de oorspronkelijke verbintenis was verlengd tot 31 mei 2005 en dat Wetro niet in verzuim was omdat nakoming toen nog mogelijk was. Dynea handelde onrechtmatig door zelf de werkzaamheden uit te voeren, waardoor zij de schadeplichtige partij werd. De vordering van Dynea werd afgewezen behalve voor doorlopende kosten, die deels toegewezen werden.
De omvang van de schadevergoeding aan Wetro wordt nader onderzocht, waarbij bewijslevering over de waarde van tanks, opbrengsten en kosten noodzakelijk is. De zaak wordt aangehouden voor verdere bewijslevering en uitlatingen van partijen.
Uitkomst: Vordering Dynea wordt afgewezen behalve voor doorlopende kosten; zaak aangehouden voor bewijslevering over schadevergoeding.