ECLI:NL:RBROT:2008:BG3800
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Van Zelm van Eldik
- Heevel
- Van Schouwenburg-Laan
- Rechtspraak.nl
Bevoegdheidsgeschil over remboursvordering bank bij documentaire kredieten
In deze civiele zaak staat een bevoegdheidsgeschil centraal over een vordering tot rembours van de Hollandse Bank-Unie (HBU) tegen State Bank en Punjab Bank, die documentaire kredieten hebben geopend en HBU heeft geconfirmeerd. De vordering betreft betaling van bedragen die HBU aan Danfors heeft voldaan op basis van de l/c's, waarbij State Bank en Punjab Bank als issuing banks worden aangesproken.
De rechtbank analyseert of de Nederlandse rechter rechtsmacht heeft op grond van artikel 6 en Pro 7 Rv, waarbij het toepasselijke recht wordt bepaald via het Europees Verdrag inzake de rechterlijke bevoegdheid (EVO) en de UCP 500-regels. De kernvraag is of de verbintenis tot betaling door State Bank en Punjab Bank in Nederland moet worden uitgevoerd.
Uit het bewijs en de omstandigheden blijkt dat de remboursbetalingen in de Verenigde Staten plaatsvinden conform internationaal bancair gebruik en art. 6:115 BW Pro, waardoor de Nederlandse rechter geen bevoegdheid heeft. Ook de samenhang met de vorderingen tegen Metalman en Amulya is onvoldoende om op grond van art. 7 Rv Pro rechtsmacht te vestigen. De rechtbank verklaart zich daarom onbevoegd en veroordeelt HBU in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd kennis te nemen van de vordering tegen State Bank en Punjab Bank wegens het ontbreken van rechtsmacht in Nederland.