ECLI:NL:RBROT:2008:BG4444
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Fiege
- Rechtspraak.nl
Rijkswaterstaat niet aansprakelijk voor onrechtmatige hinder door akkerdistels bij veehouderij
De veehouder exploiteert een bedrijf met weilanden grenzend aan een strook grond eigendom van Rijkswaterstaat, waarop akkerdistels groeien. De veehouder stelt dat Rijkswaterstaat in meerdere jaren nagelaten heeft de distels tijdig te maaien, waardoor deze zich verspreidden en hij extra kosten moest maken voor bestrijding. Rijkswaterstaat betwist dat zij gehouden is tot maaien op grond van de verordening en stelt dat de hinder niet onrechtmatig is.
De rechtbank onderzoekt of er sprake is van een last ingevolge de Distelverordening Zuid-Holland en concludeert dat de brieven van de gemeente geen geldige last vormen omdat geen termijn is gesteld. Daardoor is er geen overtreding van een wettelijke verplichting door Rijkswaterstaat. Subsidiair beoordeelt de rechtbank of er onrechtmatige hinder is. Hierbij weegt zij de aard, ernst, duur en omstandigheden, waaronder het ontbreken van eigen belang van Rijkswaterstaat en de zorgplicht uit de Flora- en Faunawet.
Hoewel Rijkswaterstaat in enkele jaren niet of onvoldoende maaide, acht de rechtbank de hinder niet onrechtmatig vanwege de relatief eenvoudige bestrijding, de lage kosten en het normale bedrijfsrisico van een veehouderij. De vordering tot schadevergoeding en kosten wordt daarom afgewezen en de veehouder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de veehouder worden afgewezen wegens ontbreken van onrechtmatige hinder door Rijkswaterstaat.