ECLI:NL:RBROT:2008:BG4778
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwikkeling letselschade en inkomensschade na ongeval met berekening pensioenschade
Eiser vordert schadevergoeding van Achmea vanwege inkomensschade als gevolg van een ongeval. De rechtbank heeft eiser opgedragen te bewijzen wat zijn bruto en netto jaarloon zou zijn geweest in de hypothetische situatie zonder ongeval, over de periode november 1995 tot en met 2007. Eiser heeft een deskundigenrapport van het Nederlands Rekencentrum Letselschade overgelegd, waarin het inkomensverloop van een vergelijkbare collega-schildersfunctie is uitgewerkt op basis van de CAO-Schilders.
Achmea betwist de aansluiting van het rapport bij de concrete situatie van eiser, maar de rechtbank oordeelt dat de deskundige voldoende aannemelijk heeft gemaakt wat het loon van eiser zou zijn geweest. Het parttime inkomen ten tijde van het ongeval is niet maatgevend omdat eiser toen niet formeel als schilder mocht werken. De rechtbank stelt dat eiser geslaagd is in zijn bewijsopdracht, mede gelet op jurisprudentie dat geen strenge bewijsvereisten gelden voor toekomstige arbeidsinkomensschade.
De rechtbank wijst erop dat Achmea te laat is met het betwisten van het uitgangspunt dat eiser tot zijn 65e levensjaar fulltime zou hebben gewerkt. Voor de berekening van de contante waarde van de schade inclusief pensioenschade zal een deskundige worden benoemd. Partijen worden in de gelegenheid gesteld om afspraken te maken over het deskundigenonderzoek. De procedure wordt aangehouden tot nadere stukken zijn ingediend.
Uitkomst: De procedure wordt aangehouden voor nadere stukken en deskundigenonderzoek ter vaststelling van inkomens- en pensioenschade.