ECLI:NL:RBROT:2008:BG5723
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betalingsovereenkomst en geschil over vochtgehalte en toevoegingen in visproducten onder Weens Koopverdrag
In deze civiele zaak tussen [eiseres], een Spaanse onderneming, en Ibromar, een Nederlandse vennootschap, staat een geschil centraal over de betaling van facturen voor geleverde visproducten. [eiseres] vordert betaling van openstaande bedragen, verminderd wegens een hoog vochtgehalte in de producten. Ibromar betwist de vordering en stelt onder meer dat minder gewicht werd geleverd dan gefactureerd en dat er ongeoorloofde chemische toevoegingen waren.
De rechtbank oordeelt dat het Weens Koopverdrag van toepassing is en verwerpt de stelling van Ibromar dat Nederlands recht geldt. De rechtbank neemt aan dat de vermindering van de eis door [eiseres] wegens het hoge vochtgehalte een correcte prijsvermindering betreft, conform het verdrag. De stelling van Ibromar dat zij de producten bij klachten mocht weigeren of terugnemen, wordt afgewezen wegens onvoldoende concrete afspraken.
Ten aanzien van de tegenvorderingen van Ibromar wijst de rechtbank deze af vanwege gebrek aan onderbouwing en bewijs. Ook de klacht over chemische toevoegingen wordt niet als tekortkoming erkend, mede omdat Ibromar onvoldoende schade heeft aangetoond. De proceskosten worden gecompenseerd zodat iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: Ibromar wordt veroordeeld tot betaling van openstaande bedragen aan [eiseres] met rente volgens Spaans recht; reconventionele vorderingen worden afgewezen.