ECLI:NL:RBROT:2008:BG5746
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bewijsbeoordeling exclusiviteit reclameovereenkomst tussen Vitrina en gedaagden
In deze civiele zaak stond centraal of gedaagden konden aantonen dat de verkoper van Vitrina hen had medegedeeld dat slechts maximaal twee autobedrijven, namelijk één garage en één showroom, mochten adverteren in de vitrine. Gedaagden beriepen zich op deze stelling om de overeenkomst te vernietigen wegens dwaling en om ontbinding wegens wanprestatie te vorderen.
De rechtbank beoordeelde diverse getuigenverklaringen, waaronder die van [gedaagde 2] namens gedaagden en [getuige 4] namens Vitrina, die tegengestelde verklaringen gaven over het bestaan van exclusiviteit. De verklaringen van andere getuigen werden als niet doorslaggevend beoordeeld, mede omdat zij niet direct bij de overeenkomst betrokken waren.
Op grond van artikel 164 lid 2 Rv Pro kon de rechtbank de verklaring van een partijgetuige niet zonder meer als bewijs aannemen. Gedaagden slaagden er niet in aanvullend bewijs te leveren dat de exclusiviteitsstelling ondersteunde. Hierdoor faalde hun bewijsopdracht en konden zij geen beroep doen op dwaling of wanprestatie.
De vorderingen van gedaagden in reconventie werden afgewezen en zij werden veroordeeld in de proceskosten. Ook de vordering van Vitrina in conventie werd afgewezen, maar zij werden in hun proceskosten veroordeeld. Het vonnis werd gewezen door mr. M.J.J. Visser.
Uitkomst: De rechtbank wijst de vorderingen van beide partijen af en veroordeelt hen in hun proceskosten.