ECLI:NL:RBROT:2008:BG6212
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot verschoning van rechters wegens schijn van partijdigheid in strafzaak
In een strafzaak tegen een advocaat is een verzoek tot verschoning van de rechters ingediend omdat een collega-rechter uit de civiele sector als getuige een belastende verklaring heeft afgelegd tegen de verdachte. Deze verklaring bevatte een negatief waardeoordeel dat voor het bewijs kan worden gebruikt.
De rechters stelden dat deze omstandigheden de schijn van partijdigheid kunnen wekken, waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. De verdachte en het Openbaar Ministerie steunden het verzoek.
De rechtbank oordeelde dat hoewel er geen aanwijzingen zijn dat de rechters subjectief partijdig zijn, de objectieve vrees voor schending van onpartijdigheid gerechtvaardigd is. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen en werd bepaald dat de strafzaak niet door rechters van de rechtbank Rotterdam zal worden behandeld.
Uitkomst: Verzoek tot verschoning van de rechters wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor schending van onpartijdigheid.