ECLI:NL:RBROT:2008:BG6643
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vorderingen niet-inschrijvers aanbesteding openbaar vervoer wegens gebrek aan belang
In deze kort geding procedure bij de Rechtbank Rotterdam vorderden Arriva en Connexxion heraanbesteding van een aanbesteding voor openbaar vervoer. Beide partijen hadden echter bewust besloten niet in te schrijven op de aanbesteding, waardoor zij het risico liepen dat de opdracht aan een ander gegund zou worden.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het ontbreken van inschrijving in beginsel betekent dat de aanbestedingsprocedure hen niet aangaat en dat zij onvoldoende belang hebben om hun vorderingen te ondersteunen. Gezien de Rechtsbeschermingsrichtlijn 89/665/EEG en artikel 3:303 BW Pro werd echter onderzocht of er uitzonderlijke omstandigheden waren die een ander oordeel rechtvaardigden.
De voorzieningenrechter concludeerde dat de bezwaren van Arriva en Connexxion tegen de inschrijving van Qbuzz onvoldoende uitzonderlijk waren en dat er geen sprake was van een flagrant geval van verboden staatssteun dat de vrije mededinging in gevaar bracht. Daarom werden de vorderingen afgewezen en werden Arriva en Connexxion veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Vorderingen van Arriva en Connexxion tot heraanbesteding worden afgewezen wegens gebrek aan voldoende belang.