ECLI:NL:RBROT:2008:BG7204
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Homologatie van akkoord in faillissement ondanks tekortkoming in meerderheidsvereiste
In het faillissement van een gefailleerde te Rotterdam bood deze een akkoord aan waarbij schuldeisers 25% van hun vorderingen ontvangen tegen finale kwijting van het restant. De rechter-commissaris achtte het akkoord aanvankelijk aangenomen, maar stelde later vast dat niet aan het tweede vereiste van artikel 145 Faillissementswet Pro was voldaan, namelijk dat de toestemmende schuldeisers ten minste de helft van het totaal aan erkende concurrente schuldvorderingen vertegenwoordigen.
De gefailleerde en curator voerden aan dat het akkoord als aangenomen moest worden beschouwd en dat de rechtbank ruime discretionaire bevoegdheid heeft om homologatie te verlenen. De rechtbank oordeelde dat het niet aan de orde is of het akkoord als aangenomen moet worden beschouwd, maar of er gronden zijn om homologatie te weigeren volgens artikel 153 Faillissementswet Pro.
De rechtbank concludeerde dat geen van de in artikel 153 lid 2 genoemde Pro weigeringsgronden zich voordoen en dat de belangen van de schuldeisers door het akkoord niet worden geschaad. Daarom werd het akkoord gehomologeerd. Tevens stelde de rechtbank het salaris van de curator en de kosten van het faillissement definitief vast en bracht deze ten laste van de gefailleerde.
Uitkomst: De rechtbank homologeert het akkoord ondanks het niet voldoen aan het meerderheidsvereiste en stelt curatorkosten definitief vast.