ECLI:NL:RBROT:2008:BG7507
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H.M. van de Ven
- Rechtspraak.nl
Afwijzing regresvordering hypotheekschuld wegens rechtsverwerking en gedeeltelijke verjaring
De zaak betreft een regresvordering van eiser jegens gedaagde voor betaling van het restant van een hypotheekschuld na executoriale verkoop van een woning. Beide partijen zijn hoofdelijk aansprakelijk voor deze schuld en dienen ieder de helft te betalen. Gedaagde stelt dat de vordering verjaard is omdat betalingen aan de schuldeiser medio 1983 zijn gestopt en dat de verjaringstermijn direct bij de eerste betaling begint.
Eiser betwist dat hij in plaats van kinderalimentatie de hypotheekschuld zou aflossen en stelt dat hij niet wist dat gedaagde haar deel niet betaalde. De rechtbank oordeelt dat de verjaringstermijn van vijf jaar geldt en dat de vordering voor zover gebaseerd op betalingen vóór 8 november 2001 verjaard is, maar niet voor latere betalingen. Daarnaast is de regresvordering afgewezen wegens rechtsverwerking, omdat gedaagde gerechtvaardigd mocht vertrouwen dat eiser zijn aanspraken niet meer zou geldend maken, mede door het feit dat eiser vanaf 1992 geen kinderalimentatie meer betaalde en gedaagde niet werd aangesproken door de schuldeiser.
De rechtbank veroordeelt eiser in de proceskosten en wijst de nevenvorderingen tot rente en incassokosten af. De vordering in voorwaardelijke reconventie behoeft geen verdere behandeling.
Uitkomst: De regresvordering wordt afgewezen wegens rechtsverwerking en gedeeltelijke verjaring.