ECLI:NL:RBROT:2008:BG7869
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand afgewezen wegens tijdsverloop en gebrek aan bewijs
Eiser maakte bezwaar tegen een herzienings- en terugvorderingsbesluit van de gemeente Rotterdam over de bijstand die hij tussen december 1992 en maart 1993 ontving. Hij stelde dat hij destijds werkzaamheden verrichtte en niet op de hoogte was van de uitbetaling van de uitkering aan zijn ex-echtgenote, die buiten zijn weten om de uitkering op haar bankrekening liet storten.
De rechtbank constateert dat door het lange tijdsverloop van ruim twaalf jaar het voor eiser feitelijk onmogelijk is geworden om zijn stellingen met bewijs te onderbouwen. Ook verweerder kon zijn standpunten niet met stukken onderbouwen, bijvoorbeeld over de betalingsregeling met de ex-echtgenote en de berekening van de terugvordering. Tevens erkende verweerder dat de wijziging van het bankrekeningnummer zonder instemming van eiser heeft plaatsgevonden.
Gezien het ontbreken van voldoende bewijs en het feit dat geen aanvullende informatie meer beschikbaar is, oordeelt de rechtbank dat het bestreden besluit niet in stand kan blijven. De rechtbank herroept het primaire besluit en bepaalt dat niet tot herziening en terugvordering wordt overgegaan. Daarnaast veroordeelt zij de gemeente tot vergoeding van het griffierecht en de proceskosten van eiser.
Uitkomst: De rechtbank herroept het primaire besluit en wijst terugvordering van bijstand af wegens gebrek aan bewijs door tijdsverloop.