ECLI:NL:RBROT:2008:BG8000
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Betwisting kredietovereenkomst wegens bedrog en vordering uit ongerechtvaardigde verrijking afgewezen
Op 27 oktober 2005 sloten Arenda en de gedaagden een doorlopend kredietovereenkomst. Gedaagde sub 1 vervalste de handtekening van gedaagde sub 2, waardoor Arenda de overeenkomst op grond van bedrog wilde vernietigen. Na sommatie en ingebrekestelling bleef betaling uit, waarna Arenda vorderingen instelde.
Gedaagde sub 1 werd verstek verleend, terwijl gedaagde sub 2 verweer voerde tegen aansprakelijkheid uit ongerechtvaardigde verrijking. Arenda wijzigde haar eis en grondslag, maar de rechtbank oordeelde dat de wijziging jegens niet-verschenen gedaagde sub 1 niet toelaatbaar was.
De vernietigingsverklaring van de overeenkomst was niet geldig jegens gedaagde sub 1, omdat deze niet was bereikt. Hierdoor bleef de rechtsgrond van de betalingen bestaan en werd de vordering tegen gedaagde sub 2 afgewezen. Gedaagde sub 1 werd veroordeeld tot betaling van € 33.930,- vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 maart 2007, en beide partijen werden in proceskosten veroordeeld.
Uitkomst: Gedaagde sub 1 wordt veroordeeld tot betaling van € 33.930,-- met rente, vordering tegen gedaagde sub 2 wordt afgewezen.