ECLI:NL:RBROT:2008:BG8151
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- J.V.M. Los
- Rechtspraak.nl
Bewijsopdracht inzake medische behandelingskosten minderjarige dochter
In deze civiele zaak vordert MCRZ betaling van medische behandelingskosten voor de minderjarige dochter van gedaagde. De rekening werd naar de partner van de moeder gestuurd, die echter betwist dat hij opdracht tot behandeling heeft gegeven. MCRZ baseert haar vordering op artikel 7:447 lid 2 BW Pro en 1:404 BW, maar de rechtbank oordeelt dat deze wetsartikelen niet van toepassing zijn in deze situatie.
Gedaagde voert aan dat hij geen schriftelijke of mondelinge opdracht heeft gegeven en betwist de grondslag van de vordering. De rechtbank stelt vast dat MCRZ geen behandelingsovereenkomst heeft overgelegd en dat de bewijslast bij MCRZ ligt om aan te tonen dat gedaagde opdracht heeft gegeven.
De rechtbank wijst daarom een bewijsopdracht toe aan MCRZ om dit te bewijzen. De zaak wordt aangehouden en partijen krijgen de gelegenheid getuigen op te geven en verhoren te plannen. De procedure wordt voortgezet met het oog op het leveren van bewijs omtrent de opdrachtverlening.
Uitkomst: Bewijsopdracht aan MCRZ toegewezen om aan te tonen dat gedaagde opdracht gaf voor medische behandeling van zijn minderjarige dochter; verdere beslissing aangehouden.