ECLI:NL:RBROT:2008:BG8328

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
17 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
311853 / HA ZA 08-1856
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 216 PensioenwetArt. 93 Wetboek van Burgerlijke RechtsvorderingArt. 71 lid 2 Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevoegdheidsincident over verwijzing naar sector kanton in pensioenzaken

In deze zaak heeft het Pensioenfonds een incidentele vordering ingesteld om de rechtbank te laten verklaren dat zij onbevoegd is, omdat volgens artikel 216 van Pro de Pensioenwet juncto artikel 93 aanhef Pro en sub d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de kantonrechter bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van eiser.

Eiser betwistte de onbevoegdheid en stelde dat de rechtbank wel bevoegd is, maar dat slechts de juiste sector binnen de rechtbank vastgesteld moet worden. Eiser verwees naar artikel 71 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering voor mogelijke verwijzing naar de sector kanton.

De rechtbank oordeelde dat op grond van de Pensioenwet en het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de sector kanton bevoegd is en verwees de zaak naar die sector. Daarnaast werd eiser veroordeeld in de kosten van het incident, begroot op € 452,- aan advocaatkosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard voor zover het de veroordeling betreft.

Uitkomst: De rechtbank verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de sector kanton, waarbij eiser wordt veroordeeld in de kosten van het incident.

Uitspraak

RECHTBANK ROTTERDAM
Sector civiel recht
Zaak-/rolnummer: 311853 / HA ZA 08-1856
Uitspraak: 17 december 2008
VONNIS van de enkelvoudige kamer in de zaak van:
[eiser],
wonende te Strijen,
eiser in de hoofdzaak,
verweerder in het bevoegdheidsincident,
advocaat mr. M.I. Agema,
- tegen -
de stichting STICHTING PENSIOENFONDS CABOT,
gevestigd te Rotterdam,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het bevoegdheidsincident,
advocaat mr. J. Kneppelhout.
Partijen worden hierna aangeduid als "[eiser]" respectievelijk "het Pensioenfonds".
1 Het verloop van het geding
De rechtbank heeft kennisgenomen van de volgende stukken:
- dagvaarding d.d. 9 juli 2008 en de door [eiser] overgelegde producties;
- incidentele conclusie houdende exceptie van onbevoegdheid, met producties;
- conclusie van antwoord in incident.
2 Het geschil en de beoordeling in het incident
2.1 Het Pensioenfonds heeft in het bevoegdheidsincident gevorderd dat de rechtbank zich onbevoegd verklaart, nu op grond van artikel 216 Pensioenwet Pro de kantonrechter bevoegd is om kennis te nemen van de vordering van [eiser].
2.2 [eiser] heeft de rechtbank verzocht de incidentele vordering van het Pensioenfonds af te wijzen, nu zijn inziens vast staat dat de rechtbank bevoegd is, zodat slechts geoordeeld dient te worden welke sector van de rechtbank “bevoegd” is. [eiser] wijst erop dat de zaak op grond van artikel 71 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering verwezen kan worden indien de sector kanton bevoegd blijkt te zijn. Ten aanzien van de vraag welke sector van deze rechtbank bevoegd is, heeft [eiser] zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
2.3 [eiser] heeft aan zijn vorderingen in de hoofdzaak het pensioenreglement van het Pensioenfonds ten grondslag gelegd. Op grond van artikel 216 Pensioenwet Pro juncto artikel 93 aanhef Pro en sub d Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen dergelijke zaken behandeld en beslist te worden door de kantonrechter. Derhalve zal de rechtbank overeenkomstig artikel 71 lid 2 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering de zaak in de stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de rol van de sector kanton van deze rechtbank.
2.4 [eiser] zal, nu hij, door het Pensioenfonds voor de verkeerde sector van de rechtbank te dagvaarden, het Pensioenfonds heeft genoopt dit incident te openen, worden veroordeeld in de kosten van het incident, welke aan de zijde van het Pensioenfonds worden begroot op € 452,- aan salaris voor de advocaat.
3 De beslissing
De rechtbank,
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rol van de sector kanton van deze rechtbank, locatie Rotterdam, van woensdag 21 januari 2009 te 10:00 uur, Wilhelminaplein 100/125, Postbus 50950, 3007 BL Rotterdam, waar partijen in persoon of bij gemachtigde dienen te verschijnen;
veroordeelt [eiser] in de kosten van het incident aan de zijde van het Pensioenfonds, tot aan deze uitspraak begroot op € 452,- aan salaris voor de advocaat;
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad voor zover het de veroordeling betreft.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Bouwman.
Uitgesproken in het openbaar.
1346/1729