ECLI:NL:RBROT:2008:BG8339
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vergelijkingspoging en procedurele voortzetting na langdurige civiele procedure tussen IIMC en gedaagde
Deze civiele procedure tussen de besloten vennootschap India International Marketing Centre B.V. (IIMC) en de gedaagde, wonende te Turkije, kent een langdurige geschiedenis met diverse proceshandelingen sinds 1999. Na het tussenvonnis van 20 september 2001 en meerdere getuigenverhoren in 2002 en 2003, bleef de procedure lange tijd stil liggen. De zaak werd door de gedaagde in 2006 opnieuw op de rol gebracht.
De rechtbank constateerde dat geen datum voor een getuigenverhoor was vastgesteld en dat partijen geen conclusies na enquête hadden genomen. IIMC stelde dat de zaak niet voor vonnis stond en dat eerst getuigen gehoord moesten worden, terwijl de gedaagde stelde dat de termijn daarvoor was verstreken en stelde voor een comparitie te beleggen om te bezien of een schikking mogelijk was.
De rechtbank besloot een comparitie te bevelen om de voortzetting van de procedure te bespreken, rekening houdend met het tijdsverloop en gewijzigde omstandigheden. Tevens werd de gedaagde in de gelegenheid gesteld stukken uit een andere procedure aan te leveren. De comparitie is bedoeld om ook de reeds afgelegde getuigenverklaringen te bespreken en te bezien of een minnelijke regeling mogelijk is.
Uitkomst: De rechtbank beval een comparitie van partijen om de procedure voort te zetten en een schikking te beproeven, waarbij verdere beslissingen werden aangehouden.