ECLI:NL:RBROT:2008:BG8398
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot lijfsdwang wegens onvolledige opgave inkomstenbronnen ondanks dwangsom
In deze kort geding procedure vordert NR CHI dat de voorzieningenrechter het vonnis van 5 juni 2008 uitvoerbaar verklaart bij lijfsdwang tegen gedaagde, omdat deze geen volledige en naar waarheid opgemaakte schriftelijke verklaring heeft verstrekt over zijn bronnen van inkomsten. Gedaagde was eerder veroordeeld tot het doen van deze opgave onder dreiging van een dwangsom, maar heeft volgens NR CHI onvoldoende informatie verstrekt.
De voorzieningenrechter stelt vast dat gedaagde ondanks de opgelegde dwangsommen geen volledige en waarheidsgetrouwe verklaring heeft gegeven. Gedaagde voert aan dat zijn inkomsten uitsluitend voortkomen uit een woningtoelage en leningen, maar NR CHI betwist dit op grond van bewijs dat gedaagde meerdere inkomstenbronnen heeft, waaronder activiteiten als ondernemer en auteur.
De rechter overweegt dat lijfsdwang slechts kan worden toegepast indien andere dwangmiddelen onvoldoende zijn gebleken en het belang van de schuldeiser dit rechtvaardigt. Gezien het belang van NR CHI en het gebrek aan duidelijke opgave door gedaagde, wordt de vordering toegewezen. Gedaagde krijgt een laatste termijn van 48 uur om alsnog een volledige en juiste verklaring te geven, waarna bij uitblijven hiervan lijfsdwang kan worden toegepast.
Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten en het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Verlof verleend om binnen 48 uur lijfsdwang toe te passen bij uitblijven van volledige en juiste inkomstenopgave door gedaagde.