ECLI:NL:RBROT:2008:BG8964

Rechtbank Rotterdam

Datum uitspraak
23 december 2008
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
319733 / HA RK 08-286
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens vrees vooringenomenheid

In de zaak tussen eiseres en gedaagde, behandeld door de rechtbank Rotterdam, sector kanton, heeft de rechter tijdens de comparitie van partijen op 18 november 2008 aangegeven zich te willen verschonen. Dit verzoek tot verschoning is op 23 december 2008 behandeld door de meervoudige kamer voor verschoningszaken.

De rechter verwees naar het proces-verbaal van de comparitie waarin bleek dat de rechter tijdens de zitting opmerkingen maakte die aanleiding gaven tot twijfel over zijn onpartijdigheid, zoals het niet willen behandelen van een bepaald onderwerp. De rechter stelde dat verschoning een middel is om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid te waarborgen en dat een rechter geacht wordt onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel doen vermoeden.

De kamer concludeerde dat er geen aanwijzingen waren dat de rechter subjectief niet onpartijdig was, maar dat de omstandigheden objectief gezien wel een zwaarwegende aanwijzing vormden dat de vrees voor partijdigheid gerechtvaardigd was. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen om het vertrouwen in de onpartijdigheid van de rechter te behouden.

Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.

Uitspraak

Beschikking
RECHTBANK ROTTERDAM
Meervoudige kamer voor verschoningszaken
Uitspraak : 23 december 2008
Zaaknummer : 319733
Rekestnummer : HA RK 08-286
Beslissing van de meervoudige kamer op het verzoek van:
[naam kantonrechter],
kantonrechter in de rechtbank Rotterdam, sector kanton (hierna: de rechter),
ertoe strekkende zich te mogen verschonen in de zaak van:
[naam eiseres],
wonende te [adres],
eiseres,
gemachtigde [naam gemachtigde]
tegen
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[naam vennootschap],
gevestigd te [adres],
gedaagde,
gemachtigde [naam gemachtigde].
1. Het procesverloop en de processtukken
Ter zitting van 18 november 2008 is door de rechter in de zaak tussen eiseres en gedaagde, beiden voornoemd, met kenmerk 905679 \ CV EXPL 08-26454 een aanvang gemaakt met de comparitie van partijen.
Bij gelegenheid van die behandeling heeft de rechter aangegeven zich te willen verschonen in die zaak.
De wrakingskamer heeft kennis genomen van het griffiedossier van de hiervoor omschreven procedure tussen eiseres en gedaagde, waarin zich onder meer bevindt het proces-verbaal van zitting van 18 november 2008.
De rechter, alsmede de gemachtigden van eiseres en gedaagde zijn verwittigd van de datum waarop het verzoek om verschoning zou worden behandeld en zijn voor de zitting uitgenodigd.
Ter zitting van 23 december 2008, alwaar het verzoek om verschoning is behandeld, zijn verschenen: de rechter en de gemachtigde van gedaagde. Zij hebben ieder hun standpunt toegelicht.
2. Het verzoek en het verweer daartegen
2.1
Ter adstructie van het wrakingsverzoek heeft de rechter verwezen naar de gang van zaken ter zitting van 18 november 2008, zoals deze blijkt uit voormeld proces-verbaal van die zitting.
2.2
De gemachtigde van gedaagde heeft meegedeeld zich ten aanzien van het verzoek om verschoning te refereren aan het oordeel van de rechtbank.
3. De beoordeling
3.1
Verschoning is een middel ter verzekering van de onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechter. Voorop dient te staan dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die zwaarwegende aanwijzingen opleveren voor het oordeel dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij deze partij dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
3.2
Aan de door de rechter aangevoerde omstandigheden valt geen aanwijzing te ontlenen voor het oordeel dat de rechter - subjectief - niet onpartijdig was. Ook overigens is voor zodanig oordeel bij het onderzoek ter terechtzitting geen houvast gevonden.
3.3
Te onderzoeken staat vervolgens of de aangevoerde en anderszins aannemelijk geworden omstandigheden niettemin een zwaarwegende aanwijzing opleveren voor het oordeel dat de vrees dat de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden - objectief - gerechtvaardigd is. De rechtbank is van oordeel dat dit het geval is en neemt daarbij het volgende in aanmerking:
3.4
Voormeld proces-verbaal van de zitting houdt onder meer in, na de weergave van het betoog van de gemachtigde van gedaagde ten aanzien van het niet toewijsbaar zijn van de vorderingen van eiseres:
".......
Kantonrechter: "De werkgever heeft de vakantiedagen verrekend ?"
[naam gemachtigde gedaagde]: "Ja, omdat bij een terecht ontslag de werknemer schadeplichtig wordt."
Kantonrechter: "De werkgever moet die eis wel kenbaar maken. Is dat gebeurd? Dat had dan tenminste bij de eindafrekening moeten blijken. Bovendien had u in deze zaak een eis in reconventie moeten instellen. De overige dagen moeten toch tenminste nu betaald worden. Ik begrijp niet waar u mee bezig bent."
[naam gemachtigde eiseres]: "Alle vakantiedagen zijn niet uitbetaald. En het vakantiegeld en salaris ook niet. Daarom zit eiseres hier."
Kantonrechter: "U zwijgt mr. [naam gemachtigde gedaagde]? Ik begrijp het niet. Doe iets om de stemming terug te krijgen. Anders is er geen ruimte meer voor mondelinge repliek en dupliek. De insteek in Rotterdam is om te praten over hoe een partij de zaak beleeft/voelt. De werkgever moet wel meewerken. Ik wijs op een evidente fout van de werkgever, en dan past zwijgen niet."
[naam gemachtigde gedaagde]: "De vordering is nog niet verjaard, dus ik kan hem alsnog instellen."
Kantonrechter: "Ik voel daar niets voor. Dat ga ik dan niet behandelen."
......."
3.5
De omstandigheid dat de rechter zelf een verzoek indient zich te mogen verschonen van de verdere behandeling van de zaak op de door hem weergegeven grond, waarbij de rechter kennelijk het oog heeft op het hiervoor weergegeven verloop van de comparitie van partijen, levert naar het oordeel van de rechtbank op zichzelf een zwaarwegende aanwijzing als hiervoor onder 3.3 bedoeld op.
3.6
Het verzoek wordt om deze reden toegewezen.
4. De beslissing
wijst toe het verzoek van [naam kantonrechter] zich in de zaak van [naam eiseres] als eiseres tegen [naam vennootschap] als gedaagde te mogen verschonen.
Deze beslissing is gegeven op 23 december 2008 door mr. M.F.L.M. van der Grinten, voorzitter, mr. H. van Lokven-van der Meer en mr. M.C. van der Kolk, rechters.
Deze beslissing is door de voorzitter uitgesproken ter openbare terechtzitting in tegenwoordigheid van J.A. Faaij, griffier.
Bij afwezigheid van de voorzitter is deze beslissing door de oudste rechter en de griffier ondertekend.