ECLI:NL:RBROT:2008:BG8964
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.F.L.M. van der Grinten
- H. van Lokven-van der Meer
- M.C. van der Kolk
- Rechtspraak.nl
Toewijzing verzoek tot verschoning rechter wegens vrees vooringenomenheid
In de zaak tussen eiseres en gedaagde, behandeld door de rechtbank Rotterdam, sector kanton, heeft de rechter tijdens de comparitie van partijen op 18 november 2008 aangegeven zich te willen verschonen. Dit verzoek tot verschoning is op 23 december 2008 behandeld door de meervoudige kamer voor verschoningszaken.
De rechter verwees naar het proces-verbaal van de comparitie waarin bleek dat de rechter tijdens de zitting opmerkingen maakte die aanleiding gaven tot twijfel over zijn onpartijdigheid, zoals het niet willen behandelen van een bepaald onderwerp. De rechter stelde dat verschoning een middel is om de onafhankelijkheid en onpartijdigheid te waarborgen en dat een rechter geacht wordt onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel doen vermoeden.
De kamer concludeerde dat er geen aanwijzingen waren dat de rechter subjectief niet onpartijdig was, maar dat de omstandigheden objectief gezien wel een zwaarwegende aanwijzing vormden dat de vrees voor partijdigheid gerechtvaardigd was. Daarom werd het verzoek tot verschoning toegewezen om het vertrouwen in de onpartijdigheid van de rechter te behouden.
Uitkomst: Het verzoek tot verschoning van de rechter wordt toegewezen wegens objectief gerechtvaardigde vrees voor partijdigheid.