ECLI:NL:RBROT:2008:BH1040
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling erfdienstbaarheid voetpad en dreefrecht tussen naburige percelen in Capelle aan den IJssel
De zaak betreft een geschil over erfdienstbaarheden tussen twee percelen in Capelle aan den IJssel, waarbij eiser stelt een recht van voetpad en dreefrecht te hebben gevestigd op grond van een akte uit 1909. Eiser gebruikt de strook grond tussen zijn woning en die van gedaagde voor toegang en vervoer van kliko’s, fietsen en tuinmaterialen.
Gedaagde betwist het bestaan van deze rechten en voert aan dat het dreefrecht door non-usus is komen te vervallen en dat het voetpad beperkt is tot voetgangers zonder het meevoeren van zaken. De rechtbank stelt vast dat het dreefrecht inderdaad is komen te vervallen door de afbraak van de stal in 1975, waardoor het leiden van beesten niet meer mogelijk is.
Het recht van voetpad wordt echter bevestigd, waarbij de inhoud en wijze van uitoefening worden bepaald door het langdurige, te goeder trouw uitgeoefende gebruik. De rechtbank bepaalt dat het voetpad een breedte van maximaal 1,20 meter heeft, waarbij eiser gebruik mag maken van een strook grond van gedaagde van 1,20 meter breed, met inachtneming van zijn eigen eigendom van 70 centimeter.
De rechtbank wijst de vorderingen deels toe en houdt de beslissing aan voor een nadere reactie van eiser op het verweer dat hij geen belang meer heeft, aangezien hij het pand heeft verkocht. Partijen wordt geadviseerd het geschil in der minne te regelen.
Uitkomst: Het dreefrecht is vervallen, maar het recht van voetpad blijft bestaan met een breedte van maximaal 1,20 meter, gebaseerd op langdurig gebruik.