ECLI:NL:RBROT:2008:BH1424
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Hofmeijer-Rutten
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid werkgever voor letsel door werknemer met houten balk op bouwplaats
De zaak betreft een vordering tegen verzekeraars op basis van een AVB-polis voor schadevergoeding wegens een incident op 2 februari 2000, waarbij werknemer [eiser sub 1] een collega [X] met een houten balk sloeg, resulterend in een gebroken arm.
De rechtbank beoordeelde of er sprake was van een functioneel verband tussen het schadeveroorzakende gedrag en de werkzaamheden van de werknemer. Gelet op jurisprudentie, waaronder het arrest van de Hoge Raad van 9 november 2007, werd het functioneel verband ruim uitgelegd. Alle omstandigheden, zoals tijd, plaats en aard van de gedraging, wezen op een verband met de dienstbetrekking.
Ten aanzien van het opzet oordeelde de rechtbank dat het opzet gericht moet zijn op het feitelijk toegebrachte letsel. Hoewel de werknemer opzettelijk een klap gaf met het balkje, was onvoldoende komen vast te staan dat hij opzet had op het specifieke letsel aan de arm. Dit betekent dat verzekeraars zich niet op de opzetclausule kunnen beroepen.
De rechtbank verwees partijen naar een rolzitting voor verdere uitlatingen, met de verwachting dat zij de zaak onderling zullen regelen. De uitspraak bevestigt dat de werkgever aansprakelijk is voor de schade, omdat het functioneel verband aanwezig is en het vereiste opzet niet is bewezen.
Uitkomst: Verzekeraars zijn aansprakelijk omdat het functioneel verband is vastgesteld en opzet op het toegebrachte letsel niet is bewezen.