ECLI:NL:RBROT:2008:BH1599
Rechtbank Rotterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Recht op onderzoek rechtsgeldigheid pandrecht en renteverplichting debiteur
NACAP, een aannemingsbedrijf, voerde werkzaamheden uit voor HTM (oud), welke een financiering bij Rabobank had en haar vorderingen aan deze bank had verpand. Na het faillissement van HTM (oud) stelde Rabobank zich op het standpunt dat NACAP aan haar moest betalen. NACAP betwistte dit deels en stelde een tegenvordering en opschorting/verrekening in.
De rechtbank stelde vast dat het pandrecht rechtsgeldig was gevestigd en dat NACAP gehouden was tot betaling van de hoofdsom en rente, met uitzondering van een periode waarin NACAP redelijke stappen ondernam om de rechtsgeldigheid van het pandrecht te onderzoeken. De rechtbank oordeelde dat NACAP vanaf 12 maart 2007 tot 27 september 2007 geen rente verschuldigd was omdat zij toen om bewijsstukken had gevraagd en Rabobank niet alle stukken wilde toezenden.
NACAP's beroep op verrekening met een tegenvordering van €31.348,99 werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing. De rechtbank veroordeelde NACAP tot betaling van de hoofdsom, wettelijke rente over de toegestane perioden, buitengerechtelijke incassokosten en proceskosten, en verklaarde het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: NACAP wordt veroordeeld tot betaling van de verpande vordering, rente over toegestane perioden, incassokosten en proceskosten.