ECLI:NL:RBROT:2008:BH1630
Rechtbank Rotterdam
- Kort geding
- W. van Veen
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering voorschot inboedelverzekering wegens verzwijging strafrechtelijk verleden
De zaak betreft een kort geding tussen een verzekerde en Allianz over de betaling van een voorschot uit hoofde van een inboedelverzekering na een brand die zijn woning vrijwel volledig verwoestte. De brand ontstond in een naastgelegen woning en sloeg over. Allianz weigerde verdere betalingen vanwege vermoedens van betrokkenheid van de verzekerde bij de brand en het niet naar waarheid invullen van het strafrechtelijk verleden bij de aanvraag van de verzekering.
Uit een onderzoek van een schadebureau en het politieonderzoek kwam naar voren dat de brand mogelijk opzettelijk was veroorzaakt met brandversnellend middel en dat de verzekerde verdachte was in het strafrechtelijk onderzoek. De verzekerde had bij de aanvraag van de opstal- en inboedelverzekering aangegeven geen misdrijf te hebben gepleegd, terwijl hij in Duitsland veroordeeld was voor een geweldsdelict.
De voorzieningenrechter oordeelde dat Allianz niet verplicht is tot betaling van een aanvullend voorschot omdat het bestaan van een vordering onvoldoende aannemelijk was, mede vanwege de lopende strafrechtelijke procedure en de verzwijging van het strafrechtelijk verleden. De verzekerde werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot betaling van een aanvullend voorschot uit de inboedelverzekering wordt afgewezen vanwege verzwijging en lopend strafrechtelijk onderzoek.